Topsport

 

 

Eigenlijk bedrijft een mens topsport als hij zich 100% geeft, aan wat dan ook!

 

We denken natuurlijk in de eerste plaats aan de echte sporters,  olympiërs. Maar ook grote componisten, schrijvers, dichters, kunstschilders, wetenschappers, pianisten en consorten plegen “topsport”.

 

En het dagelijks leven…valt dat er buiten?

 

Ik kijk graag naar een grand-slam toernooi waar de top van de tenniswereld zich weert. Daar vallen telkens weer de missers op; het nee schudden en de vervloekende innerlijke gesprekken die de tennissers met zichzelf voeren…maar ook het steeds weer de moed om verder te gaan, ze laten het niet afweten.

 

De echte topsporter wil natuurlijk winnen, maar doet hij het om het winnen? Is zijn passie niet de bezigheid zelf en moet die passie dan naast een zegen ook altijd een vloek zijn?

 

Wanneer kan je iets echt? Nooit, want er is en jij kan ook altijd beter. Bestaat het onvolmaakte wel zonder besef van het volmaakte en vice versa? Zijn die twee niet juist afhankelijk en vervuld van elkaar in plaats van hun tegenover gestelde?

 

Zouden we kunnen leren ons perspectief meer op hun verbondenheid af te stemmen? En dan onszelf niet meer verketteren en dankbaarder onze fouten als “de” bouwstenen van ons leven kunnen aanvaarden!?

 

Misschien is dat wel de ultieme topsport!









ELSE KIJGSMAN.NL