Masterclass

 

 

 

Ik gebruik deze term op een ongebruikelijke manier.

 

Chopin’s 24 etudes op.10 en op. 25 zijn de meest ingenieuze etudes die er voor piano zijn geschreven. Wonderen van pianistiek, muzikaliteit en poëzie.  Het geheel is een superieure “masterclass”; allereerst voor zijn naaste collega’s, om te beginnen met Franz Liszt en daarna iedereen die zich met deze etudes inliet.

 

Dat J.S. Bach met zijn preludes en fuga’s op zijn beurt Chopin’s meester was staat buiten kijf. Het onwaarschijnlijk verfijnde dichterlijke stemmenweefsel van Chopin is geënt op de polyfonie van Bach. Het verhaal dat Chopin zijn dag  met het Wohltemperierte Clavier van Bach begon en dit geheel uit hoofd speelde, spreekt boekdelen.

 

“Meester” kun je op vele gebieden worden, ook op het specifieke gebied van ouder worden. Dat is de tweede ongebruikelijke manier waarop ik over een “masterclass” wil spreken.

 

Bach en Chopin blijven ook voor dit doel ongeëvenaard. Ze houden je wakker, want nooit hebben ze het af laten weten en zijn  altijd tot het uiterste gegaan waartoe hun geest hen opriep, toegewijde vertolkers worden hiermee automatisch uitgedaagd.

 

Dat feit reikt dus veel verder dan de piano alleen.

 

De “masterclass”  van deze beide geniën zorgt ervoor dat je niet alleen als pianist maar ook als mens gezegend ouder kan worden, omdat leren een levensproces is.

 









ELSE KIJGSMAN.NL