9 x 14 cm.

9 x 14 cm.

9 x 14 cm.

9 x 14 cm.

Evening shower at Atake and the

Great Bridge (1856 - 1858)

The Izu Mountains (1858)

The Sea of Satta in Suruga Province  (1858)

Shohei Bridge and Seido Hall

by the Kanda River (1856 - 1858)

Lichtvoetig en onconventioneel


Een schok brachten ze teweeg de Japanse prenten toen zij in 1867 op de Wereld Tentoonstelling te Parijs voor de tweede keer in Europa waren te zien en vanaf dat moment was hun opmars niet meer te stuiten. Toen vervolgens Japan na zich eeuwen afzijdig te hebben gehouden van de buitenwereld in 1868 de grenzen voor de handel openstelde, werd op cultureel gebied de invloed van het land van de rijzende zon al gauw merkbaar. Katsushika Hokusai (1760 – 1848) en Ando Hiroshige (1797 – 1858) werden binnen afzienbare tijd synoniem voor alles wat met Japanse prentkunst had te maken.

Op korte termijn bleken architectuur, mode en beeldende kunst gevoelig voor de exotische prikkeling die in menig opzicht zo volkomen tegengesteld was aan de geldende norm van het beschaafde Europa van die tijd. Daarbij bleek in die sectoren waar de grenzen van het betamelijke doorgaans rekbaar zijn, de spanning van het ongekende soms zelfs naadloos aan te sluiten bij het veranderende wereldbeeld.

In de zestiger jaren van de negentiende eeuw werden in de beeldende kunst de eerste signalen van de nieuwe tijd merkbaar; de gloednieuwe discipline van de fotografie oefende al haar invloed uit op die kunstenaars die gevoelig waren voor de gedaanteverandering die de hen omringende wereld door toedoen van industrie en techniek haast dagelijks onderging. De snelheid waarmee de fotograaf beelden met behulp van licht en chemische stoffen kon vastleggen, veranderde hun kijk op de wereld voorgoed.

Het picturale Impressionisme dat daar verslag van deed bleek raakvlakken te hebben met wat de prenten uit Japan waarbij de voorstelling door middel van een zorgvuldige, scherpe lijnvoering tot stand komt, lieten zien. Want ook hier was vaak sprake van een onconventionele manier van ordenen die tegen alle westerse, academische compositieregels indruiste. In het laatste kwart van de eeuw bleken bij nadere beschouwing veel schilders van de Japanse houtsneden niet alleen compositieschema’s over te nemen maar ook motieven, voorstellingen en soms zelfs het langgerekte, verticale formaat.

Een van de compositieschema’s waarvan de Japanse houtsnijders veelvuldig blijk geven, is de asymmetrische overlapping waarbij het overlappende gedeelte zó dicht bij de beschouwer lijkt te staan dat slechts een klein gedeelte ervan is te zien. Bij de afbeeldingen, voorstellende de Salta zee in de provincie Suruga uit 1858 en de Shohei brug bij de Kalta rivier uit 1856-1858, beide van de hand van Hiroshige, is dit duidelijk te zien. Het fragment van de golfslag rechts bij de ene en het gedeelte van berg links bij de andere voorstelling, tekenen zich als in een close-up opname reusachtig groot tegen de achtergrond af. Een dergelijke wijze van voorstellen maakt, zeker wanneer men er voor het eerst mee wordt geconfronteerd, een verrassende indruk en dat is precies waar veel kunstenaars uit het Parijs van het fin de siècle naar op zoek waren. Toulouse-Lautrec en met hem vele anderen zou er duidelijk zijn voordeel mee doen.

Waren Japanse prenten frequent een bron van schilderkunstige inspiratie voor westerse schilders, soms stonden zij zelfs voor hen model. Zo schilderde bijvoorbeeld Vincent van Gogh die bij zijn komst in Parijs in 1886 werd gegrepen door het ‘on-zware’ en lichtvoetige van de Japanse voorstelling, de prent die Hiroshige van de Grote Brug in Atake tijdens een regenbui in de vijftiger jaren had gemaakt, in de tweede helft van de jaren tachtig op doek.

De invloed van de Japanse manier van vormgeven zou lang stand houden; in het tijdperk van de Art Nouveau zou de tweedimensionale manier van verbeelden zelfs bij de gevestigde orde en de upperclass furore maken waarmee in architectuur en vormgeving een einde kwam aan de als representatief beschouwde voorkeur voor het volumineuze en pompeuze ten gunste van het als jeugdig ervaren vlakmatige en lineaire. Met name het interieurontwerp zou hierdoor in lengte van jaren een verjongingskuur ondergaan.

Wat hebben ze een kracht uitgeoefend die tere voorstellingen op kwetsbaar, flinterdun rijstpapier…….



drs. Natascha Bär

kunsthistorica


september 2007