Bruno-Paul de Roeck

 

Bakkerszoon uit Antwerpen, eerst 17 jaar monnik, priester: daarna echtgenoot, vader en grootvader.  Iemand die als Gestalt-therapeut inspireerde het stuur van je leven in eigen hand te nemen en die daarna tot zijn dood in 2012, alleen nog schrijver en beeldhouwer wilde zijn.

 

Ik volgde rond 1990 een cursus bij hem. “Beter afleren dan leren/Praktische levenslessen. Hij deed dat samen met zijn vrouw Joos van de Abeele, een perfecte combinatie. De Roeck zag in mij een filosofe en inderdaad verdiepte ik me later grondig in de filosofie .

 

De laatste zomers verdiepte ik me in hedendaagse Franse filosofen, Michel Henry en Gabriel Marcel. In het begin van deze zomer blijf ik wat dichter bij huis en ben na 20 jaar Bruno-Paul de Roeck aan het herlezen. Zijn sprankelende geest overrompelt mij opnieuw.

 

De andere filosofen kwamen mij als mens niet nader. Hier spreekt vooral een mens van vlees en bloed. Dat betekent dat het absolute dusdanig gerelativeerd wordt, dat er niet buiten het boekje van het mens-zijn omgegaan wordt. De priester, theoloog, filosoof, psychotherapeut, schrijver en beeldhouwer waren facetten van één menselijke natuur.

 

Zijn innerlijk kompas beschrijft Bruno als bestaande uit drie delen: zijn daimon (oud Grieks: innerlijke genius), de wereld, en het “vlees”. Één van de mooiste opmerkingen van hem vind ik, dat zijn vrouw ook zijn richting gevende genius tot zijn normale neurotische bagage rekent!

 

Zijn “daimon” werd gevoed door Juan de la Cruz, middeleeuws karmeliet, mysticus, wiens gedachten hem op 20jarige leeftijd in het klooster deden belanden en hem er na 17 jaar weer uitsmeten. De gedroomde wereld bleek niet te bestaan.

 

Dat wat me raakt bij de Roeck is, dat hij mij duidelijk maakt hoe ieder van ons als apart stipje, deel is van het geheel. Klein en groot tegelijk. Zonder tegenpool, bestaat een pool niet.

 

Een belangrijke pijler van mijn leven is  Elsa Gindler. Zij was noch kunstenaar, noch filosoof, noch schrijver, maar een ongewone gymnastieklerares. Geïnteresseerd in beweging in al zijn facetten.

 

Zij keek op haar 19de door de TBC, de dood in de ogen en genas zichzelf met intelligente feeling en onvoorstelbaar geduld. De basis voor haar verder leven. Te midden van de nazi’s en verdere verschrikkingen van de oorlog in 1945 te Berlijn redde zij Joden en onderdrukten en annuleerde nooit een les. Zij bleef ook na de oorlog een baken. Ze noemde haar studio een laboratorium, waar mensen uitgenodigd werden met concentratie het leven via haar vak te onderzoeken en met niet aflatende speurzin te ontmoeten. “Der Geist mit mir und die Sache”, gedenkwaardige woorden.

 

 Toch geen filosofe, geen bepaalde spirituele interesses, geen kunstenares. Een mens die stond voor haar zaak, daadkrachtig.

 

Zijn mijn enthousiasme voor de woorden van de zo verschillende filosofen en de filosofische Vlaamse humor van Bruno-Paul de Roeck de noodzakelijke tegenpool van mijn lichamelijke bezigheid aan het klavier? De behoefte aan een vaste tegenpool voor de ongrijpbare voorbijgaande klanken van de muziek?

 

 

 








ELSE KIJGSMAN.NL